Home   Ontstaan  Klein Kanaan   Gebed   Lektuur   Actueel   Kleine Kanaan

Klein Kanaancentrum

Het ontstaan

Moeder Basilea Schlink en Moeder Martyria Madauss, de stichteressen van onze gemeenschap, ontdekten dat het Gods grootste vreugde is de mensen hier op aarde al een 'voorsmaak van de hemel' te laten beleven, opdat zij nu al iets zouden ervaren van datgene, waarvan ze denken dat het alleen maar ver weg is, in de hemel. Moeder Basilea schreef eens: "Is er iets mooiers denkbaar dan ervoor te leven dat onder ons het koningschap van Jezus aanbreekt - juist in deze tijd, nu de wereld steeds demonischer wordt?"

 Sinds het ontstaan van onze Gemeenschap van Mariazusters, die voortkwam uit een opwekking onder christelijke jeugd, ging het om deze opdracht. Door de schok van het bombardement op Darmstadt in september 1944 dat de volledige verwoesting van de stad tot gevolg had, was er in de Bijbelkringen voor meisjes berouw uitgebroken over de geestelijke lauwheid van hun christen-zijn.

Moeder Basilea schreef: De tijd van Gods oordeel over ons en onze stad werd voor ons tot een tijd van genade. God had bijna alle jongeren uit onze jeugdgroepen gespaard. Wij hadden voor de dood en daarmee voor de poorten van de eeuwigheid gestaan. Daardoor leerden we beseffen wat op zo'n ogenblik werkelijk van belang zou zijn geweest: een leven met en voor God. Nu begrepen we wat het betekent dat het plotseling te laat kan zijn.

Berouw

Berouw en verootmoediging maakten dat we de vergeving van Jezus als nooit tevoren mochten ervaren. Uit dank voor Gods genade ontwaakte in ons de liefde tot Jezus en daarmee het verlangen naar een leven van onvoorwaardelijke navolging. Zo ontstond in 1947 onze zustergemeenschap onder leiding van Moeder Basilea Schlink en Moeder Martyria Madauss, die tot op dat ogenblik de leidsters van de jeugdgroepen waren geweest. Zij werden onze geestelijke moeders.

Volharding

Van het begin af aan ging het hun om de opdracht van gebed, aanbidding en verkondiging. En de Heer wekte in ons het grote verlangen daarvoor een kapel te bouwen. Naar menselijke berekening was dit een onmogelijke opgave.

In het geloof aan Gods beloften begonnen we echter in 1950 zelf met de bouw van onze kapel en ons moederhuis met stenen uit de puinhopen van onze verwoeste stad. Bij het zware werk van het bouwen en de vele onmogelijkheden beleefden we tot aan de voltooiing van de bouw talloze gebedsverhoringen en het wonderbaar ingrijpen van God. Als een getuigenis daarvan werd bij de ingang van het moederhuis een vaandel geplaatst met de woorden:

In mei 1955 gaf God Moeder Basilea de belofte dat Hij voor de uitvoering van Zijn opdracht een stuk van het aangrenzende land aan de rijksweg van Frankfort naar Heidelberg zou geven.

Maar het was in elk opzicht onmogelijk om dit land in bezit te krijgen. Dat betekende dat we in het geloof een lange, donkere weg moesten gaan. Maar dat was voor God juist de voorwaarde om Zich te kunnen verheerlijken; Kanašn zou immers een klein land vol wonderen worden, een getuigenis: Zo is onze God! "In deze donkere tijd, nu de mens van God vervreemd is, hebben wij centra nodig, waarin het Rijk van Gods liefde gestalte krijgt", zo heeft Moeder Basilea het eens geformuleerd. Vandaag zijn Gods wonderen op Kanašn - de "realiteiten"-spreekwoordelijk geworden. Door boeken, diaklankbeelden, vele radio-uitzendingen, films en televisieprogramma's wordt Gods roem van Kanašn uit wereldwijd verkondigd